Printervriendelijke versie

Current Size: 100%

Het middeleeuwse Cahors

Na een onrustige periode tijdens de eerste eeuwen van de Middeleeuwen, komt de naam van de stad Cahors weer tevoorschijn in teksten van de 7e eeuw wanneer een machtige bisschop genaamd Saint Didier de stad herstelt en beschermt door het bouwen van muren.

 

Vijf eeuwen later kent de stad een gouden periode die twee eeuwen zal duren, dit is het tijdperk van de "Caorsins". Van het midden van de 12e eeuw tot het midden van de 14e eeuw doen een handvol rijke handelaar families, opgeleid door hun Italiaanse collega's, tot ver in Europa aan internationale handel en bankieren (leningen met rente), waarmee ze rijkdom naar de Quercy halen en de stad Cahors volledig opnieuw laten opbouwen.

 

Als economisch middelpunt maakt de stad gebruik van de nabijgelegen rivier de Lot voor het vervoeren van handelswaren en dan met name de zwarte wijn, geliefd tot in Engeland. De stad kent ook een belangrijke religieuze activiteit rondom de kathedraal, de zes parochiale kerken en congregaties.

 

In 1316, wordt de uit Cahors afkomstige Jacques Duèze Paus onder de naam Johannes XXII. Hij richt de universiteit op, bevordert het kerkleven en de handel en trekt de plaatselijke elite naar het Pausenpaleis in Avignon.

 

Tijdens de 13e eeuw ondervindt de macht van de graaf-bisschoppen steeds meer concurrentie van de macht van de consuls, die in 1351 definitieve erkenning van hun gebruiken krijgen.

 

De Honderdjarige Oorlog (1337-1453) maakt een einde aan dit welvarende tijdperk.

 

De stad heeft een rijk middeleeuws erfgoed weten te bewaren: een kathedraal met koepels, een schitterend gotisch klooster, honderden middeleeuwse huizen van allerlei klassen, en niet te vergeten de bekende Pont Valentré.

Grands sites Midi-Pyrénées
  • Français
  • English
  • Nederlands
  • Deutsch
  • Español